Hoezo collegialiteit...?
Column Brabants Dagblad
Collegialiteit volgens Van Dale betekent kameraadschap onder collega’s.
In de dagelijks praktijk betekent het dus dat je goed zorgt voor je naasten op het werk. In principe voor iedereen in je bedrijf, op alle afdelingen, en vooral met die collega’s waar je zakelijk mee van doen hebt.
Waarover op ons vakgebied weleens verwarring blijkt te ontstaan, is of collegialiteit óók inhoud dat je je collega de hand boven het hoofd houdt, als je weet dat deze willens en wetens de organisatie, dus in feite indirect ook jezelf, benadeeld. Niemand wil als verrader, verklikker of matennaaier worden bestempeld, althans dat is het excuus wat vaak wordt gehoord, als men blijkt te hebben gezwegen. Desnoods tegen de klippen op.
Inmiddels begint deze tendens zich overigens wat aan te passen aan de economische omstandigheden. Kennelijk zijn die onderling gehanteerde normen en waarden maar betrekkelijk. Want als het eigen belang dáádwerkelijk in beeld komt, is de stap naar de directie sneller gemaakt. Zeker als ontslagrondes in beeld zijn, is men sneller bereid duidelijk te maken dat men zelf tot de eerlijke medewerkers behoort! Een voordeel bij een nadeel dus in deze huidige tijden.
Collegialiteit zoals wij die beleven in ons recherchebedrijf, kan zich ook voordoen bij het gezamenlijk bestelen van de baas. Er zijn dan samenwerkingsvormen, bijvoorbeeld tussen magazijn- en expeditiepersoneel voor het netjes afvoeren, voor eigen gewin, van de goederen van de baas. Men houdt er een gezamenlijke klantenkring op na en zorgt in samenwerking dat de aflevering daar voorspoedig verloopt. Men deelt dan, uiteraard collegiaal, de gezamenlijke opbrengsten.
In andere vormen houdt de collegialiteit in dat men van elkaar weet, dat een ieder de organisatie benadeelt; en men houdt collegiaal de mond over elkaars activiteiten. Iedereen steelt in eigen regie, voor eigen zak. Op de hoogte van wat een collega doet, bemoeit men zich verder niet met elkaars zaken.
Dat het ook anders kan, gebeurde bij een grote horecagelegenheid waar een drietal obers in niet mis te verstane omvang het bedrijf benadeelde. Ook hier vierde de collegialiteit hoogtij, totdat het verkeerd liep. Eén van de collega’s meende het zich namelijk te kunnen permitteren om in een niet afgesproken tempo zijn malversaties, zijn diefstallen dus, op te voeren. Toen de collega’s hem op deze on-collegialiteit aanspraken – omdat hij zoveel stal konden zij perslot niet zoveel meer achterover drukken, want dan zou het binnen de kortste keren opvallen – bleek hij helemaal niet collegiaal! Hij had met hun extra inkomsten, of het gebrek daar aan, niets te maken.
Verbijsterd door het gebrek aan collegialiteit besloten ze dat hij een lesje verdiende en maakte de diefstallen en de dader bekend bij de leiding. Dat ze hierdoor gelijkertijd hun eigen handelen bloot moesten geven en hun eigen dienstbetrekking verloren, vonden ze minder van belang, dan het aan de kaak stellen van dit verwerpelijke gebrek aan collegialiteit!
Door Gerd Hoffmann
Meer informatie