Eigen schuld, dikke bult
Column Tijdschrift Controlling, nr 2 maart 2005
Het blijft maar voortduren, het opduiken van berichten over misstanden, in ons landje. Meer en meer moet afgevraagd worden of het idee wat leeft, als ik hierover zo links en rechts gesprekken voer, namelijk dat het in Nederland allemaal wel meevalt, eigenlijk wel terecht is. Sterker nog, het houdt maar niet op en ik vraag me daarom af of we elkaar collectief in de maling nemen, of bewust in slaap willen sussen. Beschermen we zo misschien doelbewust onze cultuur van “werken met mannetjes” en kopen wat van “de vrachtwagen is gevallen”, van het werken zonder bon of een poot uitdraaien van de belasting?
Is het eerst fout in de bouwbranche - en dat verhaal is nog steeds niet afgerond zolang partijen niet erkennen dat men fout is geweest en daar waar nodig compenseren - verschijnen er berichten over bijna identieke situaties als tijdens de bouwfraude, maar nu in het dakdekkerswezen, ontstaan na de bouwfraude!
Het hoeft daarna niet lang te duren of vervolgens blijkt uit een test van de ANWB dat in de automobielbranche er ook het nodige aan ‘grappige’ gebruiken in de bedrijfsvoering is geslopen. En dat blijkt uit de melding dat 15 procent van de verbouwingen bij particulieren inmiddels door beunhazen plaatsvindt, veelal in de branche zelf werkzaam. En zo’n mentaliteitsprobleem speelt mogelijk ook in de automobielbranche, waarin we niet voor niets zo veelvuldig werkzaam zijn! Ik kan en wil niet instaan voor de reikwijdte, de diepgang en de zorgvuldigheid van het onderzoek door de ANWB, maar heel eerlijk gezegd verbaasde het mij niet zo erg.
Het betrof het bericht dié garagebedrijven die menen dat zij hun klanten alles in rekening kunnen brengen, wat zij redelijk vinden voor hún bedrijfsvoering. Genoemd werden standaard kosten opvoeren als vervanging van olie en oliefilters, ruitensproeiervloeistof, en zelfs het in rekening brengen van vervanging van bougies voor een dieselauto. Het laatste zal wel een foutje zijn geweest van de vrolijke fraudeur; diesels kennen helemaal geen bougies. En dat is een erge domme methode om op te vallen met je lucratief, onterecht in rekening gebrachte kosten.
Wat ingezien moet worden is, dat het niet zozeer gaat om deze rommelarijen, dat het ook niet gaat om het bedrag wat dat uiteindelijk oplevert in vergelijking met de hele omzet. Waar het echt fout gaat is dat in zo’n bedrijf een cultuur ontstaat, die zich vervolgens kennelijk verspreid over de nodige filialen of zelfs een hele branche, waarbij medewerkers in alle lagen van de organisatie weten dat de leiding, de directie, de eigenaar, rotzooit. En dan is het hek van de dam.
En u, in uw beroepsgroep, zit dan in een lastig parket. In feite zou u in een dergelijke organisatie, vanuit uw controletaak, helemaal niet mogen werken. En dat is niet hoe ik het in de praktijk waarneem. In bijna elke organisatie waar wij fraude aantreffen, zoals boven aangegeven, dus aangestuurd of geïnstrueerd vanuit de leiding, is de Boekhouder, het hoofd Financiën, het hoofd Administratie of de Controller wel degelijk op de hoogte van het dagelijks wel en wee. In feite is er dan sprake van medeplichtigheid zoals die vastligt in de wet. Even voor uw informatie, die tekst luidt als volgt:
Art. 48, Wetboek van Strafrecht:
Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft:
Het blijft maar voortduren, het opduiken van berichten over misstanden, in ons landje. Meer en meer moet afgevraagd worden of het idee wat leeft, als ik hierover zo links en rechts gesprekken voer, namelijk dat het in Nederland allemaal wel meevalt, eigenlijk wel terecht is. Sterker nog, het houdt maar niet op en ik vraag me daarom af of we elkaar collectief in de maling nemen, of bewust in slaap willen sussen. Beschermen we zo misschien doelbewust onze cultuur van “werken met mannetjes” en kopen wat van “de vrachtwagen is gevallen”, van het werken zonder bon of een poot uitdraaien van de belasting?
Is het eerst fout in de bouwbranche - en dat verhaal is nog steeds niet afgerond zolang partijen niet erkennen dat men fout is geweest en daar waar nodig compenseren - verschijnen er berichten over bijna identieke situaties als tijdens de bouwfraude, maar nu in het dakdekkerswezen, ontstaan na de bouwfraude!
Het hoeft daarna niet lang te duren of vervolgens blijkt uit een test van de ANWB dat in de automobielbranche er ook het nodige aan ‘grappige’ gebruiken in de bedrijfsvoering is geslopen. En dat blijkt uit de melding dat 15 procent van de verbouwingen bij particulieren inmiddels door beunhazen plaatsvindt, veelal in de branche zelf werkzaam. En zo’n mentaliteitsprobleem speelt mogelijk ook in de automobielbranche, waarin we niet voor niets zo veelvuldig werkzaam zijn! Ik kan en wil niet instaan voor de reikwijdte, de diepgang en de zorgvuldigheid van het onderzoek door de ANWB, maar heel eerlijk gezegd verbaasde het mij niet zo erg.
Het betrof het bericht dié garagebedrijven die menen dat zij hun klanten alles in rekening kunnen brengen, wat zij redelijk vinden voor hún bedrijfsvoering. Genoemd werden standaard kosten opvoeren als vervanging van olie en oliefilters, ruitensproeiervloeistof, en zelfs het in rekening brengen van vervanging van bougies voor een dieselauto. Het laatste zal wel een foutje zijn geweest van de vrolijke fraudeur; diesels kennen helemaal geen bougies. En dat is een erge domme methode om op te vallen met je lucratief, onterecht in rekening gebrachte kosten.
Wat ingezien moet worden is, dat het niet zozeer gaat om deze rommelarijen, dat het ook niet gaat om het bedrag wat dat uiteindelijk oplevert in vergelijking met de hele omzet. Waar het echt fout gaat is dat in zo’n bedrijf een cultuur ontstaat, die zich vervolgens kennelijk verspreid over de nodige filialen of zelfs een hele branche, waarbij medewerkers in alle lagen van de organisatie weten dat de leiding, de directie, de eigenaar, rotzooit. En dan is het hek van de dam.
En u, in uw beroepsgroep, zit dan in een lastig parket. In feite zou u in een dergelijke organisatie, vanuit uw controletaak, helemaal niet mogen werken. En dat is niet hoe ik het in de praktijk waarneem. In bijna elke organisatie waar wij fraude aantreffen, zoals boven aangegeven, dus aangestuurd of geïnstrueerd vanuit de leiding, is de Boekhouder, het hoofd Financiën, het hoofd Administratie of de Controller wel degelijk op de hoogte van het dagelijks wel en wee. In feite is er dan sprake van medeplichtigheid zoals die vastligt in de wet. Even voor uw informatie, die tekst luidt als volgt:
Art. 48, Wetboek van Strafrecht:
Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft:
- Zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van een misdrijf;
- Zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van het misdrijf.
Een dergelijke medeplichtigheid hoort naar mijn mening een controlerende functionaris zwaarder te worden aangerekend dan een uitvoerende medewerker op de werkvloer, als die laatste al daarvan op de hoogte is; cq de reikwijdte van zijn handelen overziet. En zelfs zwaarder hoort de controleur afgerekend, dan de snoodaart, de bedenker van de oplichting.
Bijkomend is dat in dergelijke organisaties ook branchewijd andere gebruiken kunnen ontstaan, juist door die medewerkers die wel degelijk signaleren wat hun bazen doen en de reikwijdte wél degelijk kunnen inschatten; ‘zodra mijn baas, mijn chef, de boel belazert, heb ik zelf ook recht op een onsje meer’!
door G. Hoffmann Jr.,
g.hoffmann@hoffmannBV.nl
Meer informatie